Landelijk in de boekhandel verkrijgbaar voor slechts € 17,50

 

 

 

Kort na het overlijden van zijn vader wordt de dertienjarige Freek seksueel misbruikt door zijn populaire oom, die in zijn vrije tijd jeugdwerker is. Omdat van dwang geen sprake is, ontwikkelt Freek een immens schaamtegevoel. Ook worstelt hij met een brandende vraag: zou het werkelijk waar zijn dat een slachtoffer later zelf dader wordt, zoals men vaak beweert?

 

Zijn doen en laten wordt er niet gemakkelijker op. Ook gaat in de loop der jaren zijn geweten knagen: hij vermoedt dat zijn oom meer slachtoffers heeft gemaakt en dat wellicht nog steeds doet. Freek zoekt manieren om hem alsnog tot stoppen te dwingen. Daarbij speelt hij eigen rechter, mede uit angst dat opbiechten van wat hem overkomen is toch niet geloofd wordt.

 

Wanneer Freek jaren later vader van een zoon is en zijn vrouw voor de tweede keer een zware behandeling ondergaat tegen kanker, krijgt hij via Facebook een vriendschapsverzoek van een oud-klasgenootje dat destijds het pispaaltje van de klas was. Wat moet zij toch van Freek? Weet zij iets over hem? Of is zij juist op de hoogte van zaken waarvan Freek géén weet heeft?

 


 

Wat een bijzonder, gruwelijk goed boek van Jan Kouwenhoven.

'Heden en verleden wisselen elkaar af terwijl je meegenomen wordt in het verhaal van Freek. Misbruik, schaamte, kanker, verdriet en wraak staan centraal. Niet een boek dat ik vooraf snel zou uitkiezen, met name omdat ik echt braakneigingen kreeg tijdens het lezen van de misbruik scenes. En het idee dat dit soort dingen echt gebeuren maakt het alleen maar erger. De worsteling van Freek, in zijn haat en onmacht tegen zijn oom Pim doen je na 30 pagina's de oom al willen vermoorden met eigen handen... En dan Saskia, de opdringerige oud klasgenoot. Meerdere malen vraag je je af wat dat mens van hem moet, maar ook waarom Freek zich zo mee laat nemen. Wat heeft zij Freek te vertellen? Een spannend verhaal afgewisseld met de harde realiteit van kanker. Het verdriet van de onmacht, het verlies en het leven met. Zelf een klein traantje gelaten op pagina 235...

Jan Kouwenhoven heeft een hele prettige manier van schrijven, waardoor hij je gemakkelijk in het verhaal meeneemt als of hij je het zelf vertelt tijdens een kop koffie. Je vliegt door het verhaal heen, en ook al denk je te weten waar het verhaal heen gaat weet hij je toch te verrassen. Ondanks het walgelijke en tegelijkertijd verdrietige thema heb ik enorm van dit boek genoten!'

   –Cisz Strasters (beheerder van BoekenVerslinders) 

 

 

Zo levensecht en zo tastbaar neergezet.

'Als littekens jeuken’ laat zich vertellen vanuit het perspectief van Freek, in de eerste persoon. Heden en verleden worden afgewisseld. Het verleden begint in 1980, als Freek als dertienjarige misbruikt wordt. Een hoofdstuk dat walgend is en heftig om te lezen. De wijze waarop de auteur, Jan Kouwenhoven, alles beschrijft is gewoon bizar voor woorden. Jan heeft alles zo scherp op papier gezet dat het bijna doet denken aan een autobiografische roman. Door de nauwgezette beschrijvingen laat hij de lezer in de huid van de personages kruipen en ik kreeg regelmatig de koude rillingen van dit verhaal. Zo levensecht en zo tastbaar neergezet. Verschillende situaties die beschreven worden zijn niet altijd te bevatten en laten een bittere nasmaak achter.

In het heden worden de gevolgen steeds meer zichtbaar. Toch blijft er nog heel veel verborgen waardoor het verhaal voortdurend blijft intrigeren en een bepaalde spanning met zich meedraagt. Als lezer word je afwachtende gehouden en het verloop van het verhaal is absoluut niet te voorspellen. De dialogen tussen Freek en Saskia geven soms meer verwarring dan duidelijkheid. Ik weet van deze auteur dat hij in zijn schrijven heel perfectionistisch is en dit is zeker terug te vinden in ‘Als littekens jeuken’. In zijn eerste boek ‘De worsteling’ was dit al goed zichtbaar, maar met zijn tweede boek heeft de auteur zich zeker overtroffen. Een bijzonder heftig en indrukwekkend verhaal, met een meer dan uitstekende uitwerking.'

   -Passie voor boeken & Vrouwenthrillers 

 

 

Meer recensies

 


Leesfragmenten:

 

Heden

 

‘Konden we problemen maar ruilen, we weten die van een ander altijd zo goed op te lossen.’ Mees Warmland slaat de spijker op zijn kop, ik klik op ‘vind ik leuk’, plaats als reactie dat hij tegeltjes moet gaan verkopen en scrol verder. ‘Saskia van Gennip heeft u een vriendschapsverzoek gestuurd’, verschijnt in beeld. Voor mij hoeft dit niet, eerlijk gezegd. Toch een muisklik op ‘accepteren’. Natuurlijk, waarom zou ik haar weigeren, haar verzoek is eerder bijzonder te noemen. Ik scrol weer verder, knijp enkele seconden mijn ogen dicht, zucht en ga alsnog naar haar profiel. Benieuwd of ze nog in Zandvoort woont, getrouwd is, kinderen heeft. En wat haar professie zal zijn; misschien wel in de voetsporen van Jappie van Gennip getreden als psychiater. Of zal ze meer de kant van haar moeder zijn opgegaan? Els Fontijn van Lieshout, beeldend kunstenaar, een begrip in de kunstwereld.

   ‘Die vrouw ken ik ergens van, schat. Wie is dat?’ Twee handen drukken op mijn schouders, haar klamme gezicht verschijnt naast mijn hoofd. Eva’s pruik prikkelt mijn wang.

   ‘Hè wat? O nee, die ken jij niet, joh. Dat is Saskia van Gennip, een oud-klasgenootje van de basisschool.’

   ‘Klasgenootje of vriendinnetje?’

   Ik zet een verveelde blik op. ‘Eva, alsjeblieft, dat vraag je toch ook niet als ik het profiel van Ruben Teunissen bekijk?’

   ‘Nee, maar van de nominatie ‘mooiste meisje van de klas’ was Ruben dan ook wel erg ver verwijderd.’

   Glimlachend veeg ik zweetparels van haar neus. Ik zucht. Wat ziet ze weer grauw. Daarbij zijn, net zoals op de meeste avonden, de wallen onder haar ogen nadrukkelijker aanwezig dan overdag. ‘Nou, dan zal ik je geruststellen: Saskia ook niet, maar als lelijkste eendje had ze de eer ongetwijfeld gewonnen.’

   Zonder haar ogen van het scherm te halen, loopt Eva achter de bank langs om dicht tegen mij aan te komen zitten. ‘Dit noem ik niet lelijk, Freek. Ik kan me trouwens ook niet voorstellen dat jij er vol afschuw naar kijkt.’

   Dat is inderdaad waar, wel vol verbazing. Zo aan deze foto’s te zien is ze goed opgedroogd. Een lange slanke vrouw, helderblauwe ogen en donkerbruin krullend haar. En de brede lach doet vermoeden dat ze vrolijk in het leven staat. ‘Ze mag er inderdaad best wezen’, zeg ik. ‘Maar ja, dit is Facebook hè. Daar doen velen zich beter voor dan ze in werkelijkheid zijn.’

   Dat geeft Eva onmiddellijk toe. Daarom begint ze ook niet aan dit soort onzin, zoals ze social media noemt. Een grote nepwereld om onrustig van te worden. ‘Via de digitale snelweg over een mooi en geslaagd leven pochen is niet zo moeilijk. Het is de kunst om er in werkelijkheid iets van te maken.’


 


1980

 

Hij wil mij iets laten zien. Ik moet nu al beloven dat ik het nooit zal verklappen. Dit wordt ons geheim. Ik doe net alsof ik tussen wijs- en middelvinger door spuug. Hij draait zijn raampje open en doet het echt. Tegen de wind in. We liggen in een deuk. Met oom Pim is het trouwens altijd dolle pret.

   Lachend verlaten we IJmuiden. In Driehuis grinniken we nog steeds.

   Ineens remt hij af om een rouwstoet voor te laten gaan.

   Ik kijk ernaar en bijt op het topje van mijn pink.

   Het lijkt wel gisteren dat ik er zelf in zat. In de eerste volgauto was dat. In de bocht probeerde ik de auto’s achter ons te tellen. Bij twaalf stopte ik, omdat ik ineens dacht aan de tekening van Mickey Mouse die ik voor papa had gemaakt. De begrafenisondernemer zou die tekening nog in de kist leggen. Dat had hij beloofd, maar volgens mij was hij het vergeten, want hij kleurde behoorlijk toen ik vroeg of hij het nog gedaan had.

   Oom Pim slaat zachtjes zijn vlakke hand op mijn bovenbeen. Ik kijk op, hij glimlacht. Stapvoets gaan we verder. We naderen crematorium en begraafplaats Westerveld. Ik staar naar de lijkauto waarachter drie zwarte volgauto’s het terrein opdraaien; daar weer achteraan veel gewone auto’s met een zwart lint aan de antenne. Opnieuw een tik op mijn been. ‘Knap Freek, dat jij je er zo doorheen slaat.’ Ik trek vluchtig mijn schouders op, waarna hij mijn knie beetpakt. ‘Je had een fantastische vader, ik ben altijd zeer gesteld geweest op die man, een fijne zwager. Ook een uitstekend vakman trouwens. Werkelijk de allerbeste schilder van Kennemerland.’ Glimlachend knik ik. Ik draai mijn hoofd naar rechts en zucht. Even knijp ik mijn ogen stijf dicht. Kon ik nog maar samen met hem op pad gaan. Samen fietsen naar Zandvoort, een visje eten op het strand, een boom beklimmen in Woestduin. Oom Pims vingers trommelen op het stuur. ‘Wie ehm …’ Hij kijkt over zijn linkerschouder, geeft nu ook de laatste auto van de stoet is afgeslagen weer meer gas en vervolgt: ‘Wie geeft jou eigenlijk seksuele voorlichting nu hij er niet meer is?’

   Mijn adem stokt. Ik kijk hem met grote ogen aan, maar als hij terugkijkt, wend ik snel mijn blik naar mijn knie waar ik wat aan begin te frunniken. Zijn hand wrijft over mijn hand. ‘Hé, je hoeft je nergens voor te schamen jongen, seksualiteit hoort net zo bij het leven als eten en drinken.’

 

 

Jan Kouwenhoven Publishing © 2014-2016 | Alle rechten voorbehouden.